Toch nog maar een keer…over die ellendige voornemens

Toch nog maar een keer…over die ellendige voornemens

Gepost op 9 januari 2015 | door: Marije van Doornik

Wij mensen worden gekenmerkt door onze voorspelbaarheid. Het top-tien-lijstje met goede voornemens voor het nieuwe jaar is al sinds de jaren tachtig niet meer veranderd, met steevast in de top drie alles wat gerelateerd is aan gezonder leven. Onder dat mom dichten wij ons de vrijheid toe om in december ‘nog één keer’ helemaal los te gaan op alles wat god en Sonja Bakker ons verboden hebben. Nog één keer, want volgend jaar gaat het dit keer en-nu-wel-echt lukken. Dus eten we ons met Kerst misselijk aan de pasteitjes, worden we met de jaarwisseling nog één laatste maal belachelijk dronken en hijsen we nog een keer ‘de laatste sigaret ooit’ leeg. Om op 1 januari alle goede voornemens nog één dagje uit te stellen, want zoals mijn immer aangeschoten tante Gerda op de familieborrel van 1 januari gilt: ‘Het nieuwe jaar begint pas echt op 2 januari, hoor jongens!’

Drie kilo zwaarder dan we begin december waren, gooien we dan rond de derde week van januari de handdoek weer in de ring. Een enkeling krijgt het voor elkaar rond de zomer een kleine doorstart te maken omdat die muffintops in bikini afstotelijk zijn voor de omgeving, maar vaak stort de boel op dag één weer in elkaar. Onder het mom ‘want nu is het vakantie’ zijn de putten terug voor het vliegtuig goed en wel aan de Cote d’Azur geland is. Om in december deze hele riedel weer opnieuw te beginnen.

En waarom.  

Ik heb ooit een boek van Geneen Roth over vrouwen en eten gelezen, waar ik mij een klein beetje voor schaam en wat dus ook niet naast Umberto Eco op mijn nachtkastje salonfähig ligt te wezen.  Maar de vrouw had een aantal zinnige dingen te zeggen over die voornemens. Zonder dat wij ons ervan bewust zijn, geven voornemens invulling aan ons leven. Dat verhipte ‘in het nu leven’ waar elke goeroe bij zweert, kunnen wij helemaal niet. Dat ‘nu’ bestaat bij de gratie van het verlangen. Ik vind het ‘nu’ vaak helemaal zo leuk niet, vooral niet op een regenachtige maandag in februari. Maar ik maak mijn regenachtige maandag in februari leuk door te fantaseren over mijn afgetrainde, zongebruinde godinnenlijf in de zomer, in mijn fantastische witte zomerjurkje al paraderend over de boulevard met een paar fluitende Spanjolen in mijn kielzog. En moet ik me dus in december misselijk eten aan pasteitjes, om dat verlangen in stand te kunnen houden. Want waar moet ik nog over fantaseren als ik dat afgetrainde, zongebruinde lichaam eenmaal heb?

Oké, ik heb ook nog wel een fantastisch pandje aan de Prinsengracht op mijn lijst staan en een baan waar ik veertig uur per week met alleen maar ontzettend veel plezier naar toe ga. Maar dat is binnen de grenzen van het redelijke niet haalbaar, wat dat afgetrainde lijf - al is het alleen maar in theorie- wel is.

Zo lang ik iets heb om naar te verlangen, ben ik, ironisch genoeg, tevreden. Iemand die roept dit jaar echt geen voornemens te hebben, is daarom in mijn beleving hetzelfde als de single die roept zonder partner gelukkiger te zijn. Wie houd je nou voor de gek? Een mens heeft voornemens nodig om een doel te hebben en moet ermee breken om te blijven verlangen.

Neemt niet weg dat ik een beetje treurig word van het idee dat ik een slaaf ben van mijn eigen voornemens. Daarom is mijn voornemen voor het nieuwe jaar meer in het ‘nu’ te leven. Dan kan ik op die regenachtige maandag in februari lekker wegdromen bij het idee dat ik ooit, ergens in de zomer, heerlijk in het nu aan het leven ben. Liefst zonder muffintop en met een paar fluitende Spanjolen in mijn kielzog. 

Tags:

Reageer op dit bericht