Mijn eerste keer

Mijn eerste keer

Gepost op 14 maart 2016 | door:

Door: Anna Chojnacka

 

Oh, het boekenbal. Het roemruchte Literaire feest der feesten. Waar de norse schrijvers bijeenkomen. Waar ze onliterair losgaan. Of dronken. Of op zijn minst gedrag vertonen dat ze normaliter alleen bij elkaar fantaseren om hun personages cachet te geven.

Het meest begeerde feest! Het wildste feest!

Voor mij in ieder geval het eerste feest.

En voor mij, een schrijver van wie net het tweede boek was verschenen (en van wie het eerste van alles heeft gebracht, maar boekebalkaartje was daar niet een van ) was er zeker sprake van enige begeerte. Want ga maar na. Die twee boeken, die kwamen neer op ca. vijf jaar schrijven. Vijf lange jaren van literaire onzekerheid. Zal het gelezen worden? Zal het begrepen worden? Zal het gedeeld worden?

Als je dan, al is het maar voor één avond, een plek mag innemen aan een tafeltje tussen die Buwalda en Palmen, is het nogal wat. Misschien nog geen bevestiging, maar in ieder geval wel hoop.

En was het ook het meest wilde feest? Mhaw. Maar je moet op zo’n boekenbal dan ook wel verschrikkelijk hard je best  je best doen om dronken te worden. Voordat je je muntjes (ja, muntjes, je leest het goed) hebt bemachtigd, je door de rij voor de bar hebt geworsteld en vervolgens ook nog eens het klaarmaken van je ginentonic uitgezeten hebt, is het zorgvuldig opgebouwde promillage van het glas ervoor allang verdampt.  

Dus ja, er was een bekende schrijver die een joint op het balkon stond te roken en twee verdwaalde schrijvers die zelfs binnen stonden met een rokertje, maar dat was het dan ook. Geen speenvarken dat ter plekke geslacht dreigde te worden, geen urinerende man op het podium, zelfs geen dronken BN’r die een vervelende papperazzi op zijn bek sloeg dit jaar.

Om het zinderend verlangen naar de wilde dagen van weleer werkelijkheid te laten worden, volstaat echter  één enkele ingreep.

Schaf de muntjes af.    

Tags:

Reageer op dit bericht