Acht jaar ploeteren

Acht jaar ploeteren

En dan heb je een boek

Gepost op 18 januari 2015 | door:

Op 15 januari 2015 lanceerde onze uitgever haar debuutroman: RIVKA. Haar speech publiceren we deze week als blog op onze site.  

"Dit is een heel bijzonder moment voor mij, niet zozeer vanwege het feit dat ik mijn boek hier vandaag in deze oude synagoge presenteer, maar vooral omdat er een deel van mij zichtbaar wordt, een deel dat lang niet zichtbaar is geweest. Maar nu is dat moment gekomen waarop ook dat deel het licht mag zien. Ik mag vandaag iets laten zien dat heel wezenlijk bij mij hoort, maar lang onderbelicht is gebleven.

Interview door Liddie Austin

Als ik terugdenk aan mijn eerste jeugdherinneringen waren die niet zorgeloos, zoals die van andere kinderen, of althans zoals ik denk dat andere kinderen die hebben. Ik zie in gedachten een zwart wit foto van mezelf: ik was drie jaar, droeg een schattig smogjurkje en ik kijk vanaf mijn driewieler achterom in de lens. Ik had een veel te angstige blik voor een peuter. En als u mij vraagt, wat was er dan? Is er iets gebeurd? Dan moet ik antwoorden van niet. Er is vooral heel veel in mijn verbeelding en fantasie gebeurd. 

Dat neemt niet weg dat mijn jeugd bezwaard werd door een groot drama, dat onbenoemd bleef maar wel altijd aanwezig was: het drama van afgesneden zijn van het verleden, het drama van het niet hebben van familie, het drama van de eenzaamheid en het grote verdriet. Ik kwam uit een gezin dat aangevroten was door De Oorlog. Een vader die mijn opa had kunnen zijn, en een krachtige moeder die al haar energie nodig had om mijn getraumatiseerde vader te ondersteunen. Geen opa’s of oma’s die langskwamen als ik jarig was. Geen neefjes en nichtjes om mee te spelen. Geen ooms en tantes om advies aan te vragen. Een gezin dat als een eilandje door de tijd dreef. Zo groeide ik op, zonder context. Beschermd en geïsoleerd, maar verdwaald in de tijd en de ruimte. En ik, een zorgelijk kind met goed ontwikkelde voelsprieten, nam alles waar, wat er niet meer was.

Die kant in mij, die zorgelijke, vragende kant, die kant die moeilijk kan genieten, die altijd zoekende is, die fantaserende kant, heeft me uiteindelijk ook veel opgeleverd. In mijn pubertijd heb ik die kant ruimte kunnen geven dankzij iemand die mij in contact heeft gebracht met de literatuur. Daarin vond ik een middel om mezelf en de wereld om me heen beter te begrijpen. Ik ontmoette Carla Calis omdat ik bijles nodig had. Op mijn eerste rapport had ik een 5 voor Nederlands en mijn moeder bracht me naar Carla toe. Ik weet nog goed, de eerste keer dat ik daar kwam, op de Brouwersgracht. Ik moest een lange trap op en bovenaan het donkere trappengat zag ik twee silhouetten, Carla en haar man Piet, aan hun knieën trappelde hun hondje bangbang. 

Daarachter was het licht. Carla drukte me een koekje in de hand dat ik aan de hond moest geven. De woonkamer baadde in een zacht fluwelig schijnsel, er stond een ronde eettafel, bedekt met een gebloemd kleed en naast de tafel een lichtgroen gemarmerd bijzettafeltje met een theepot en kopjes. Carla ging meteen de open keuken in en haalde het keteltje water van het vuur dat al zachtjes stond te fluiten. Ik was enorm welkom. Na een kopje thee en een koekje verdween Piet naar boven, naar zijn schrijfwalhalla, zoals Carla dat noemde. 

Piet Calis, literatuurhistoricus en Vondel biograaf

Carla sprak met me, natuurlijk leerde ze me ook over bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden, alle zaken die ik moest weten om op mijn volgende rapport een zes te halen, maar daarnaast sprak ze met me over zaken die er echt toe doen: over jongens, over de dynamiek van vriendschap, over wat je wilt worden als je later groot bent, over hoe je plek in de groep te bemachtigen en te behouden. En, ze leerde me hoe literatuur kan helpen bij al deze vraagstukken, die voor mij nieuw leken, maar die al door zovelen waren doorleefd en door sommigen zo mooi waren opgeschreven. Zo bracht ze me de romantische woorden van Couperus, de inspirerende woorden van Arnon Grunberg, de herkenbare woorden van Leon de Winter, de idealistische woorden van Multatuli en weemoedige woorden van Levi Weemoedt.

En ik, ik ontdekte dat ik niet alleen was, maar dat ik in een lange traditie stond van andere spoorzoekers. Dat ik onderdeel uitmaakte van een groter geheel. Een gevoel dat kinderen uit gewone families, waar niet tientallen familieleden zijn omgebracht, waar niet een hele generaties is weggevaagd, misschien van nature meekrijgen, maar dat ik zelf moest creëren. Met boeken. Met schrijven. Om mezelf te kunnen begrijpen of om te kunnen begrijpen wat mijn plek was in de wereld, had ik mijn pen. Ik moest lijnen trekken, schrappen, afbakenen. Ik moest schrijven om gevoelens te duiden, woorden te vinden voor sensaties, angsten en onbestemde gedachtes, die me verwarden.  

Rivka is het resultaat van al die verwoede pogingen. Net als ik doet ook Rivka, een wankele poging om het antwoord te vinden op de vraag: wie ben ik? Net als ik, is zij op zoek naar haar wortels. En probeert ze uit te zoeken of haar acties bepaald worden door haar eigen keuzes of dat haar keuzes beïnvloed worden door een achtergrond waaraan ze zich niet kan ontworstelen.

Interview door Joep School in het Parool

Het antwoord op de vraag, wie ben ik, is vandaag weer iets meer ingekleurd, want ik ben nu ook schrijver. Maar dat niet alleen. Ik ben ook niet alleen uitgever, ondernemer, journalist, vriendin, moeder, vrouw, kennis, leerling of collega, ik ben het allemaal en tegelijk ben ik het allemaal niet. Wat ik ben, ben ik door de wereld om mij heen. Door de mensen om mij heen. Zoals jullie hier allemaal staan -en zitten- zo is mijn leven. Op sommige momenten, met sommige mensen ben ik een bepaald deel van mezelf. Een geslepen steen die in aanwezigheid van haar omgeving steeds iets anders spiegelt. Zo zorgen jullie ervoor dat ik vandaag kan stralen als schrijver. Wie ik ben, wordt bepaald door de mensen die ik om me heen verzamel, door de mensen die om mij geven en om wie ik geef. Door de mensen die me dingen meegeven en aan wie ik dingen kan teruggeven. 

Ik ben ontzettend geroerd en dankbaar dat ik het eerste exemplaar van mijn eerste roman mag uitreiken aan de man die samen met Carla het lezen voor mij heeft ontsloten. En niet alleen voor mij, honderdduizenden kinderen leerden uit zijn boeken. En om iets van de lijn der generaties te herstellen zou ik graag mijn kinderen Golda en Aviva willen uitnodigen naar voren te komen om samen met mij dit eerste exemplaar te kunnen uitreiken aan mijn mentor en inspirator; Piet Calis."

RIVKA is opgedragen aan Carla Calis

 

Bij Scheltema liggen de stapels RIVKA bij de roltrap

Na afloop van de presentatie at Femmetje met een klein gezelschap bij de Utrechtsedwarstafel

Kijk hier de trailer van het boek RIVKA https://www.youtube.com/watch?v=b45SHnSinEw

 

Tags:

Reageer op dit bericht