1 april

1 april

Gepost op 1 april 2015 | door: Marije van doornik

De oudste bron die wij kennen en melding maakt van een 1 aprilgrap is afkomstig van de dichter Eduard de Dene en dateert van 1561. De titel van het gedicht luidt: Refereyn vp verzenderkens dach / Twelck den eersten April te zyne plach. Oftewel, een refreintje over verzenderkensdag, dat nou eenmaal op 1 april placht te zijn. Vrij vertaald. Een edelman neemt op deze dag zijn knecht eens goed in de spreekwoordelijke oot door hem op pad te sturen om inkopen te doen voor een bruiloft…die niet plaats zal vinden. Het idee is dus oorspronkelijk dat je iemand ergens naartoe ‘zendt’, (vandaar: verzenderkensdag) waar hij niets te zoeken heeft: inmiddels is dit verbasterd tot vele varianten op het slachtoffer in de luren leggen.

Vroeger, lang geleden, toen ik nog singeltjes van de Backstreet Boys kocht en Flippo’s spaarde, begon ik 1 april als grappendag te ontdekken. Veel verder dan klasgenootjes proberen wijs te maken dat we een toets van ’t een of ander hadden, reikte mijn creativiteit echter niet. Bovendien repliceerden zij me voordat ik dat zelf kon doen op verveelde toon ‘1 april’ waardoor de grap zijn doel altijd voorbijschoot.

In mijn studententijd heb ik mijn carriere als grappenmaker geprobeerd nieuw leven in te blazen, dit keer met meer succes. In het studentenhuis waar ik woonde was het sowieso al de gewoonte om
-met name nieuwe- huisgenoten op gezette tijden eens goed te bedotten. Op 1 april kwam onze nieuwste aanwinst de keuken binnenlopen en pakte ik mijn moment. ‘Het is trouwens de bedoeling, Bob, dat jij als nieuwste huisgenoot elke ochtend voor zeven uur de brievenbus beneden leegt en de post meeneemt.’ Hij ontstak in verontwaardiging, maar ik wist de grap tot mijn eigen verbazing stoïcijns vol te houden. ‘Het zijn nou eenmaal de regels, Bob. Als we in een huis met zestien studenten geen regels meer hanteren, is het einde zoek.’ Toen hij de volgende morgen om half acht op een drafje de keuken binnenkwam met een stapeltje post onder zijn arm, besefte ik pas dat mijn grap beter gelukt was dan ikzelf gedacht had. ‘Je bent een halfuur te laat, Bob. En het was trouwens een 1 aprilgrap.’

Wanneer ik eenmaal ontdekte dat je mensen alles wijs kunt maken mits je het met de juiste overtuigingskracht doet, kreeg ik de smaak te pakken. Het jaar daarop heb ik een andere relatief nieuwe huisgenoot wijsgemaakt dat vis bakken in ons studentenhuis verboden was, ‘want het geeft zo’n penetrante geur’. Pas toen ze haar zalm onverrichter zake in de koelkast had gelegd en beteuterd haar broccoli-met-aardappels-en-vissaus-zonder-vis zat te verorberen, besloot ik haar te herinneren aan de datum. Ach ja, wat flauw. Maar ook wel weer geestig, toch?

Ik vraag me af of er een soort cruciale leeftijd is waarna 1 aprilgrappen tot het verleden gaan behoren. Want zeg nou zelf: heerst er bij jou op ’t werk een tendens dat het grappig wordt gevonden om de collega’s eens goed in de luren te leggen op ‘verzenderkensdag’? Toch jammer, want met zo nu en dan een grap die lichtelijk ten koste gaat van een ander is weinig mis.

Op die paar geslaagde pogingen in mijn studententijd na heb ik eigenlijk ook nooit meer de moeite genomen, en is de 1 aprilgrap in mijn leven een vrij rustige dood gestorven. Totdat ik als docent Nederlands begon op een middelbare school. Ik ontdekte dat de toetsgrap nooit verveelt, en in sommige gevallen wél slaagt, toen een van de meest ijverige leerlingen op 1 april -de dag van de grote literatuurtoets-  in paniek naar me toe kwam terwijl ik de toets begon uit te delen. ‘Mevrouw, ik heb dus gewoon echt niet geleerd voor de toets, weet u. De rest van de klas heeft me wijsgemaakt dat u een 1 aprilgrap maakte, toen u ‘m opgaf.’ Ik wist even niet meer wie hier nou voor de gek gehouden werd, maar ik heb het meisje maar een herkansing gegeven. Om haar gerust te stellen, en om mezelf weer even als vanouds deel te voelen zijn van een 1 aprilgrap. 

Tags:

Reageer op dit bericht